16-04-15

Even kennismaken...

Ik werd geboren op 14 februari 1964 in Wevelgem. Als jongste van drie, ik heb een oudere zus en een oudere broer.

Als kind was ik een veellezer. Eerst las ik alle deeltjes uit de Pietje Puk-reeks, later volgden De Rode Ridder en Arendsoog. Het eerste boek dat me echt bij de keel greep, was ‘Oosterschelde Windkracht 10’ van Jan Terlouw. Tijdens mijn middelbare schooltijd verslond ik alle boeken van onder meer Jan Terlouw, Anke de Vries en Thea Beckman.

Ik werd leraar Nederlands en stond enkele jaren voor de klas. Weer stonden jeugdboeken in mijn agenda én in die van mijn leerlingen.

Later behaalde ik het diploma bibliotheekwetenschappen en werd ik stafmedewerker in de openbare bibliotheek van Wevelgem. Ik woon, samen met mijn vrouw Elsy en mijn zonen Dieuwert en Sjoerd, op 500 meter van de bib, in een oud burgershuis waar vroeger vlasverkopers woonden. In de bibliotheek organiseer ik o.a. leesprojecten en tentoonstellingen en ik verzorg de promotie en bekendmaking van de activiteiten en acties. Daarnaast ben ik leraar in de bibliotheekopleiding aan het Centrum voor Volwassenenonderwijs in Brugge.

De vele contacten met jonge lezers en jeugdauteurs daagden me uit om ook zelf een jeugdboek te schrijven. Na een nogal indrukwekkende reis naar New York en een confrontatie met de armenbuurten van de South Bronx had ik eindelijk het idee voor een spannende jeugdroman op zak. In 2000 verscheen 'De hel in New York', één jaar later 'De oversteek'. Sindsdien heb ik een druk en enthousiast tweede leven als jeugdauteur. 'Valsspeler' (2003), over pesten en geweld op school én over de zalige pijn van verliefdheid, werd in 2006 opnieuw uitgegeven in de reeks Boektoppers van uitgeverij Malmberg en Van In. Ik was er heel blij mee!
In 2010 verscheen mijn vierde jeugdroman 'Gek van een eiland' in de reeks Lekker Lezen van uitgeverij De Eenhoorn. Een zomers eilandverhaal over de relatie moeder-zoon en de emoties van de eerste verliefdheid, verweven in een web van vreemde verhalen en gebeurtenissen. 
In 2013 verscheen 'Een hoofd vol rommel', een jeugdboek voor lezers vanaf ca. 10 jaar. Het is het verhaal van Silke en haar depressieve en aan alcohol verslaafde moeder. Een moeilijk thema, maar heel herkenbaar geschreven en met een hoopvol einde!
Naar aanleiding van Kinderboekendag in de Vlaamse boekhandels publiceerde ik in 2015 samen met illustrator Ellen Loncke, die bij mij om de hoek woont, het kinderboek 'De plannetjes van papa'. De verhaaltjes gaan over Siemen en Rindert en hun papa die gekke plannetjes bedenkt om hun probleempjes op te lossen.

Tijdens mijn vrije tijd zit ik voortdurend met de neus in de boeken. Sinds 2000 ben ik redacteur van de Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers (VWS). Elk jaar publiceert deze vereniging zes boekjes over een West-Vlaams auteur. Ik schreef zelf een biografie over de zestiende eeuwse cartograaf Petrus Plancius (2008) en over jeugdauteur Katrien Vervaele (2013). Ik ben ook medeauteur en eindredacteur van het 'Lexicon van West-Vlaamse Schrijvers'. In deze boekenreeks, die uit zes delen bestaat (2008-2013), kun je lezen over het leven en de boeken van meer dan 3.500 levende en overleden schrijvers uit de provincie West-Vlaanderen! In 2015 kwam er een eind aan de reeks auteursboekjes. VWS publiceert sindsdien elke jaar een jaarboek met als titel 'Jaarwerk'.

Voor de bibliotheek en voor die schrijversvereniging organiseer ik vaak boekvoorstellingen voor andere schrijvers. 

Lezen doe ik zowat overal: aan tafel, in de sofa, op de trein, in bad en in bed. Meestal lees ik twee boeken door elkaar. Op mijn nachtkastje liggen dan tegelijkertijd een jeugdboek en een volwassenenroman.

Schrijven is mijn grootste hobby. Helaas heb ik er vaak te weinig tijd voor. Ik noem mezelf een zondagsschrijver. Alleen op zondag heb ik voldoende tijd en rust om te schrijven. Het is voor mij dan ook de leukste dag van de week!

In mijn vrije tijd geef ik graag lezingen en werk ik mee aan leesprojecten in scholen en bibliotheken. In 2008 was ik te gast in de bibliotheek van Nazareth en schreven leerlingen van alle basisscholen er het vervolg op mijn verhaal 'De bib beu'. Ik werkte ook mee aan een literair project met dove en slechthorende jongeren van het Koninklijk Instituut Spermalie in Brugge. Samen met hen schreef ik het verhaal 'De hel in Brugge'. In 2010 schreef ik de dorpslegende 'De heks van de Kortekeer' in Lauwe en een Sinterklaasverhaal voor volwassenen voor het Erfgoedhuis in Kortrijk. In 2012 bracht een toneelgroep 'Bloemspeling', een theaterversie van mijn eerste twee jeugdboeken in een regie van Jan Vanaudenaerde.
Sinds 2015 werk ik mee aan de educatieve reeks 'Verrekijker' van uitgeverij Die Keure. Ik schreef de leesboekjes 'Drie meisjes van Ieper' (2015, derde leerjaar), 'Tragedie op de Matterhorn' (2016, zesde leerjaar) en 'Groeten aan Peter' (2017, zesde leerjaar).

In 2012 schreef ik samen met Rik Vanwalleghem en Rudy Neve 'Gent-Wevelgem 75', een fotoboek n.a.v. de 75ste editie van de wielerklassieker Gent-Wevelgem die dicht bij mijn huis aankomt. 

2014 was de start van de herdenking van 100 jaar Wereldoorlog I. Er kwamen twee toneel-voorstellingen en een nieuwe editie van mijn jeugdroman 'De oversteek' uit 2001. Zelf schreef ik de tekst 'Mensen in uniform' voor een theaterwandeling over het begin van de Eerste Wereldoorlog. En er kwamen heel veel lezingen en leesprojecten op mij af. Lekker druk dus!

Ondertussen vertoefde ik voortdurend in de Zwitserse bergen. Althans, in mijn hoofd... ;-) Het boek in mijn hoofd verscheen in 2016 onder de titel 'IJs'. Het is mijn eerste misdaadroman voor volwassenen. Je kan er hier meer over lezen.

koen d haene,jeugdliteratuur,de hel in new york,de oversteek,valsspeler,petrus plancius,gek van een eiland,vws
(laatste update: april 2017)

02-03-14

Daar is 'De oversteek' weer!

In 2001 verscheen mijn tweede jeugdroman 'De oversteek'.
Het boek vertelt het verhaal van Aloïs, een jongen uit Vlaanderen, die na zijn 'oversteek' naar Amerika verzeild geraakt in het drama van de Eerste Wereldoorlog. Hij wordt vrijwilliger bij het Britse leger en maakt de gruwel en ellende van de loopgravenoorlog aan de IJzer en de Somme mee.

Ik hield altijd al heel veel van het boek. Ik heb het erg graag geschreven en ik kreeg er ook vele fijne reacties op. Ik ben dan ook bijzonder blij dat het dit jaar weer heel erg in de belangstelling komt. Dit heeft natuurlijk alles te maken met de herdenking  van 100 jaar Wereldoorlog I. Plots is De oversteek 'mijn' Vlaamse Velden! Ik ga erover vertellen in scholen en bibliotheken, er is een weblogproject met scholen in Nazareth, een tentoonstelling in Lierde, een schoolproject in Jabbeke...

Heel bijzonder is evenwel dat er dit jaar maar liefst twee theaterversies van mijn boek worden gemaakt.

Muziektheater Zazoe maakt een voorstelling voor jongens en meisjes vanaf 10 jaar. De voorstelling zal worden opgevoerd in bibliotheken en cultuurcentra in Oost-Vlaanderen. Op dinsdag 11 maart wordt het theater voor de eerste keer opgevoerd.

De Gregoriusgilde, een amateurgezelschap uit Wevelgem, maakt van De oversteek een toneelvoorstelling voor volwassenen. Wel een beetje bijzonder, want de eerste hoofdstukken van het boek spelen zich ook in Wevelgem, de gemeente waar ik woon en werk, af. Ik zie ernaar uit. De regie is in handen van Jan Vanaudenaerde en ik ben er zeker van dat hij er een fijn toneelstuk van zal maken. Opvoering in december 2014 in cultuurcentrum Guldenberg in Wevelgem.
Naar aanleiding van de theatervoorstellingen realiseerde uitgeverij De Scriptomanen in 2014 een nieuwe druk van het boek (bestel hier).

Dit voorjaar schreef ik de tekst voor een theaterwandeling in Wevelgem. De organisatoren van Theater Lokaal vroegen mij om zes toneelscènes over het leven tijdens de eerste weken van Wereldoorlog I te schrijven. De eerste scène speelt zich af in juni 2014, kort voor het uitbreken van de oorlog. De laatste scène brengt de toeschouwers naar de kerk van Wevelgem, waar de Duitsers op 24 december 1914 een groot Weihnachtsfeste vierden. De theatertekst (Mensen in uniform) vertelt het leven van eenvoudige mensen in een Vlaamse gemeente tijdens de angstige eerste oorlogsmaanden. Aan de theaterwandeling (op 6 september 2014) namen zes toneelgezelschappen en drie muziekgroepen deel. 

Zo ben ik ineens weer helemaal in de ban van de Eerste Wereldoorlog!

Misschien krijgen jullie ook wel de kans om de komende maanden een opvoering bij te wonen. En zo niet... ga in je bibliotheek of boekhandel maar eens op zoek naar De oversteek!

Lees meer:
Muziektheater Zazoe
De oversteek
- Mensen in uniform

1780842_10203428594826135_1020863992_n.jpg

1621694_10203428595906162_435146805_n.jpg

1977136_10203428595106142_350371712_n.jpg

1920543_10203428595466151_1999332842_n.jpg

Boven: enkele foto's uit de theatervoorstelling van Zazoe.
Onder: affiche opvoering 'Mensen in uniform'.

Flyer XL.jpg

20-07-13

Besprekingen en recensies 'Een hoofd vol rommel'


Boek hoofd vol rommel.jpgEr verschenen heel wat recensies (besprekingen) van Een hoofd vol rommel op websites over jeugdliteratuur of blogs over boeken en schrijvers.

Hieronder een bloemlezing:


Bespreking op recensiewebsite 'Leestafel' (8 oktober 2013)

De moeder van Silke drinkt heel veel. Elke keer als Silke thuiskomt van school weet ze niet hoe ze haar moeder aan zal treffen. De ene keer zit ze met waterige oogjes aan tafel met allemaal lege bier- en wijnflessen om haar heen, de andere keer ligt mama te snurken op de bank. Vaak is er geen eten in huis. Het is ook altijd alleen papa die naar de ouderavond komt, ook al vraagt de meester of alle twee haar ouders komen. Mama is dan altijd helaas onverwacht verhinderd.
Mama belooft steeds dat ze niet meer zal drinken maar dat heeft Silke al zo vaak gehoord, daar gelooft ze niet echt meer in.
Het ergste vindt Silke het als papa en mama ruzie maken. Ze snapt het wel maar ze vindt het ook eng. Papa gaat vaak 's avonds weg en dan is ze bang dat papa niet meer thuis komt, maar gelukkig komt hij altijd terug.
Silke komt in een isolement te zitten want mensen komen liever niet meer op visite omdat mama zo raar doet en vriendinnetjes durft ze niet mee naar huis te nemen. Op school durft ze ook niets te vertellen, ze wil niet dat de meester en haar klasgenoten er achter komen, ze zou zich rot schamen.

Toch houdt Silke heel veel van haar moeder, ze hoopt elke keer dat mama nu eens écht haar belofte nakomt. Ze wil zó graag haar leuke moeder terug. Haar moeder die tekenjuf was en zo mooi kan tekenen.
Silke merkt wel dat de meester haar extra in de gaten houdt, ze vergeet de laatste tijd ook vaak dingen en is heel stil. Maar als de meester vraagt of het wel goed met haar gaat is natuurlijk alles prima, niets aan de hand.
Het kan zo niet langer, er moet wat gebeuren. Maar hoe krijgen ze mama zo ver dat ze nu écht niet meer drinkt?

Het is een goed, eerlijk en, gek genoeg, geen loodzwaar verhaal. Koen D'haene maakt goed duidelijk dat het drankgebruik niet het probleem van één persoon maar het probleem van het hele gezin is. Er wordt klip en klaar vertelt hoe een dronken iemand kan zijn en hoe lastig het voor een partner of kind is om daar mee om te gaan. Papa en Silke zijn erg gek op mama maar voelen zich wel machteloos. In haar dagboek schrijft Silke bijvoorbeeld, ik haat mama maar ik houd ook heel veel van mama.

De schrijver weet op een heel subtiele manier het drankprobleem te bespreken. Silke's moeder wordt niet afgeschilderd als een vreselijke dronkenlap maar als iemand die op dat moment niet anders kan zijn dan ze is. Het alcoholgebruik van mama wordt niet goedgepraat maar ook niet veroordeeld. Hij geeft aan waardoor het mogelijk kan komen dat mama die drank nodig heeft en hoe zowel de ouders als Silke kunnen leren ermee om te gaan. Hij levert geen kant en klare oplossingen maar vertelt op een heel natuurlijke en invoelende manier wat papa, mama en Silke proberen eraan te doen en hoe ze over de situatie denken.

Een erg mooi, indrukwekkend, ontroerend, integer verhaal. Grote klasse.
 

Recensie in Pluizer - kinderboekenrecensies (18 juli 2013)

Silke is elf jaar oud. Haar mama is depressief en verslaafd aan alcohol. Vaak is er geen eten als Silke thuiskomt van school. Silke moet dikwijls kleren uit de wasmand nemen omdat mama weer niets heeft gedaan. Ook haar papa is hier verdrietig om. Mama  belooft telkens dat ze niet meer zal drinken, maar het lukt haar niet. Mama en papa hebben hier dan ook vaak ruzie om. Nochtans was mama vroeger een tekenlerares. Ze maakte hele mooie kunstwerken. Nu er op school een kunstproject loopt, mogen ouders komen helpen. Silke is bang dat haar mama op het laatste nippertje afzegt of dronken op school verschijnt. Er moet iets gebeuren want Silke gaat hieraan kapot. Ze kan haar geheim aan niemand kwijt want ze schaamt zich. Elke is haar beste vriendin; zelfs haar durft Silke niets te vertellen. Elke geeft haar de raad om een dagboek bij te houden. De dagboekfragmenten zijn heel ontroerend. Silke beschrijft haar liefde voor haar mama ondanks het drankprobleem. De vriendin van mama, Manon, neemt mama mee op uitstapjes. Mama gaat nu ook naar de psycholoog en langzaamaan gaat het beter met haar. Uiteindelijk durft Silke toch haar verhaal aan de meester vertellen. Hij wil zo graag dat mama meehelpt aan het project. Als het misloopt, hoeft Silke zich daar geen zorgen om te maken.

In acht korte hoofdstukjes wordt dit probleem heel realistisch en toch niet al te negatief weergegeven. Het verhaal wordt verteld in de ik-persoon. De zwart-witillustraties passen perfect in de sfeer. De psycholoog geeft bruikbare tips mee voor mama (meer uitstapjes maken  met vrienden, zich verzorgen, lachen, niet meer drinken!). In het nawoord lees je dat psychische stoornissen de meest voorkomende ziekte in de westerse wereld zullen zijn in 2020. Eén op tien kinderen heeft een ouder die ernstige problemen heeft omdat hij/zij te veel drinkt. Het boek leest je in één ruk uit dankzij de vlotte schrijfstijl.

(Hilde de Boeck)
 

Recensie op Vertel eens - weblog over kinderboeken (16 juni 2013)

In Een hoofd vol rommel van Koen D’haene maken we kennis met het gezin van Silke. Haar mama drinkt te veel, en dat zorgt voor een hoop problemen. Zo moet Silke vaak voor haar eigen eten zorgen, heeft ze af en toe niks propers om aan te trekken en ook de vrienden van haar ouders houden het op den duur voor gezien. Haar moeder belooft keer op keer dat ze er de volgende dag mee ophoudt, maar Silke gelooft de loze beloften niet meer. Op school probeert ze zo goed mogelijk de problemen verborgen te houden, maar dat blijkt uiteindelijk niet meer mogelijk.

D’haene schetst een overtuigend portret van een gezin waarin een en ander behoorlijk mank loopt. Het gedrag van de moeder is afwisselend weerzinwekkend, pathetisch en meelijwekkend, maar ze houdt voldoende menselijkheid achter de hand om niet door de lezer afgeschreven te worden. Wel is het een beetje verwarrend dat ze zowel aan een depressie als aan een alcoholverslaving lijdt. Voor volwassenen is de combinatie van beiden niet moeilijk te plaatsen, maar dat is voor kinderen misschien net iets moeilijker, waardoor ze de indruk kunnen krijgen dat beide zaken steeds hand in hand gaan.

Het boek heeft een open einde, en dat is een opluchting. Een geforceerd happy end zou hier misplaatst zijn geweest. Er zijn voldoende aanwijzingen die de hoop op beterschap rechtvaardigen, zonder evenwel onrealistisch te worden. Prima en vlot leesbaar boek dat moeilijke zaken ook voor kinderen bespreekbaar maakt.

(Tine Mortier)

Recensie op boekenblog WiebelWoorden (27 mei 2013)

Als Silke thuiskomt van school ligt haar mama vaak op de sofa te slapen. Ze heeft immers een depressie en een drankprobleem. Haast nooit maakt ze eten voor Silke klaar. En ook haar kleren zijn meer niet gewassen dan wel. Bijna dagelijks is er ruzie thuis. Ook al belooft Silkes mama regelmatig dat ze zal stoppen met drinken, telkens weer loopt het mis. Silke voelt zich erg verantwoordelijk voor haar mama en ze schaamt zich ook. Ze durft dan ook met niemand over de problemen thuis te praten. Gelukkig beseft haar mama zelf dat het zo niet langer verder kan en zoekt ze hulp. Als haar mama over haar alcoholverslaving aan een vriendin durft te vertellen, neemt ook Silke haar meester en een vriendinnetje in vertrouwen. Dit is ook de boodschap die D'haene met dit heftige verhaal meegeeft: blijf nooit met zulke problemen zitten, maar praat erover met anderen. Zo zullen ze je beter begrijpen en gemakkelijker kunnen helpen.

De eenvoudige zwart-wit illustraties met grijs ingekleurde vakken van Van Durme geven de sfeer van het verhaal bijzonder goed weer.

Dit verhaal is vlot geschreven, uitstekend inleefbaar, erg realistisch en nergens te zwaar op de hand. Het kan de poorten tot een gesprek openen. Achteraan vind je doorverwijzingen naar instanties die hulp kunnen bieden bij verslavingen en andere psychische problemen in het gezin.

(Veerle Schaltin) 
 

Review op Bol.com (4 april 2013)

Een bron van (h)erkenning

Een bladwijzer heb je bij dit boek niet nodig. De schrijfstijl en verhaallijn nodigt uit om direct verder te lezen. De auteur weet de steeds terugkerende hoop en de al dan niet valse beloften treffend te verwoorden en zo ook de schaamte en angst dat de kinderen op school iets zouden merken van de problemen thuis. Het verhaal toont ook een klein stukje berusting, vormgegeven in de suikerwafels, die Silke eet als er weer eens niets te eten op tafel komt.

Het boek is met oog voor detail geschreven. De vergelijking met het bekende kunstwerk van Munch is raak. Het verhaal heeft een open einde. Voor Silke is het belangrijk dat ze voorzichtig de weg naar openheid vindt, ongeacht of dat wel of niet tot verbetering van de situatie zou leiden. Een instant happy end zou hier niet geloofwaardig en op zijn plaats zijn. Psychische problemen vormen eigenlijk nooit een afgerond verhaal.

Bijzonder ontroerend zijn de dagboekfragmenten en de liefde die daarin wordt weerspiegeld die Silke voor haar mama koestert en blijft koesteren. De kracht van het boek zit in het haast tastbaar aanroeren van een bijzonder zwaar onderwerp op een voor kinderen leesbaar niveau.

Het nawoord vormt een stuk erkenning en een aanmoediging voor de lezer om naar hulp en meer informatie op zoek te gaan.

Elke (school)bibliotheek zou dit boek in zijn collectie moeten hebben. Het is een aanrader voor kinderen uit de midden- en bovenbouw van het basisonderwijs en ook nog wel voor de eerste graad van het voorgezet onderwijs, vooral ook door het onderwerp: psychische problemen en alcoholisme.
 

Recensie op Meer over Media (NBD Biblion - Den Haag)

De moeder van Silke was kunstenares. Ze schildert nauwelijks nog en drinkt te veel, als gevolg van een depressie. Ruzies tussen de ouders van Silke onderling en met vrienden – in Silkes bijzijn – en een verwaarloosd huishouden zijn het resultaat. Silke durft er met niemand over te praten. Dialogen en beschrijving worden afgewisseld met dagboekfragmenten van Silke, waaruit de haat-liefdeverhouding met de moeder blijkt. Ook het wisselend gebruik van pa-ma en papa-mama wijst hierop. Gesprekken met een psycholoog, door Silke en haar ouders, bieden hoop voor de toekomst. Het blijft in het midden of Silke haar vriendin in vertrouwen neemt. Paginagrote zwart-wittekeningen bevestigen de aanvankelijk sombere sfeer van de tekst, maar worden naar het half open einde toe lichter van toon. Het probleem staat centraal, het verhaal is daaraan ondergeschikt. Met nawoord en verwijzingen naar hulpverleners. Voor kinderen die met deze problematiek te maken hebben een goede aanleiding om het onderwerp bespreekbaar te maken.

(C. la Roi)
 

Review van Ingrid Smaling (4 april 2013)

Ik las gisterenavond 'Een hoofd vol rommel'.

Een bladwijzer bleek niet nodig. Ik las het boek achter elkaar uit. Je weet het heel herkenbaar en treffend te verwoorden: de steeds terugkerende hoop en beloften, al dan niet vals, de schaamte ook dat ze er op school iets van zouden merken en een stukje berusting: de suikerwafels als er weer eens niets te eten op tafel komt.

Je schreef met oog voor detail. Treffend is ook de vergelijking met het bekende kunstwerk van Munch. Het is goed dat je een open einde aan het boek gaf. Voor Silke is het belangrijk dat ze voorzichtig de weg naar openheid vindt. Die openheid zal misschien wel of misschien ook niet tot verbetering van de situatie leiden. Het zou wat al te gemakkelijk en ongeloofwaardig worden als het een instant happy end zou opleveren.

Bijzonder ontroerend zijn de dagboekfragmenten en de liefde die daarin wordt weerspiegeld die Silke voor haar mama koestert en blijft koesteren. 

De kracht van het boek zit in het haast tastbaar aanroeren van een bijzonder zwaar onderwerp op een voor kinderen leesbaar niveau. Ik zal het boek zeker aanbevelen, te beginnen bij ons op school.

P1070212.JPG